Better safe than sorry?
De Panoreportage over de vermeende drones in ons luchtruim en de bijhorende aankopen van defensiemateriaal beheerst vandaag terecht het nieuws. Toen enkele maanden geleden de ene waarneming na de andere werd gedaan, was iedereen bezorgd. De geopolitieke situatie vandaag vraagt grote bezorgdheid én grote voorzichtigheid. “Better safe than sorry” geldt zeker in de buurt van luchthavens of andere belangrijke infrastructuur.
Zo’n waarnemingen houden altijd een risico in op een vorm van massahysterie waarbij de ene waarneming de andere uitlokt en de kans op valse waarnemingen enkel toeneemt. Toevallig keek ik toen ook de driedelige reeks “Ufo’s boven België”, een mooie terugblik op hoe zo’n fenomeen werkt, in casu de golf van ufowaarnemingen in ons land eind jaren ’80. Het is dus goed dat dit vandaag verder onderzocht wordt en dat het parket z’n werk doet.
Wat wél vragen oproept is de stelligheid waarmee de vermeende waarnemingen toegeschreven werden aan Rusland of waarmee beelden zonder grondige check verspreid en gepubliceerd werden. Angst creëren of versterken is zelden en goed idee en al zeker niet in de onzekere situatie waarin we ons bevinden. Dat een bevoegd minister hierin een voorbeeldrol moet aannemen zou een evidentie moeten zijn. Ik stel vast dat dit niet zo is. Ik wil me niet voorstellen dat ministers angst zaaien bij de bevolking als een soort laxeermiddel om overhaastte defensieaankopen te slikken.
Onze veiligheid en onze defensie zijn te belangrijk om licht over te gaan. Onze regering besliste, net als onze buurlanden en bondgenoten, om zeer grote extra budgetten vrij te maken om onze defensie te versterken. Dit in tijden waar de gewone burgers besparingen moeten slikken op pensioenen en uitkeringen, hun energie uitgaven zien toenemen en hun index wordt afgetopt. Het minste wat we dan mogen verwachten is dat elke uitgave op de meest nauwkeurig mogelijke manier wordt gedaan.
Nationale veiligheid is gevoelige materie, dus zijn hiervoor specifieke regels en specifieke controle, onder meer in de Kamercommissie legeraankopen. Vertrouwelijkheid en geheimhouding zijn nu eenmaal eigen aan deze thematiek.
Maar, net dan moeten alle controlemechanismen en regels die er zijn ook maximaal gerespecteerd worden. Zo moeten we vermijden dat de defensie-industrie, gezien de enorme vraag, ook enorme prijzen hanteert, ver boven de marktprijs. We moeten zorgen dat ook onze eigen bedrijven en tewerkstelling aan bod komen. We moeten overhaaste aankopen vermijden én verzekeren dat de bevolking, die dit betaalt zeker kan zijn dat de inspanningen die van en gevraagd worden goed besteed worden.
Het waren de vorige eeuw niet enkel de ufo’s waar ik aan moest terugdenken. Ook voor legeraankopen zijn er lessen te trekken uit diverse schandalen van toen. Defensie is geen speelgoedbeurs.
Erkennen dat extra investeringen verantwoord zijn in de wereld van vandaag, is niet hetzelfde als meegaan in een opbod voortgestuwd door oorlogszuchtige wereldleiders. Daar lijkt het geld nooit op te zijn. Het minste wat ik dan verwacht is een uiterst nauwkeurig aankoopbeleid.
Die waarschuwingen en een pleidooi voor nauwkeurigheid, gelden niet alleen voor wat wij aankopen, maar ook voor de wapenhandel. Dat is een regionale bevoegdheid. Ik keurde als bestuurder mee het unaniem advies goed van het Vlaams Vredesinstituut over het Vlaamse Wapenhandel decreet. Daarin wordt gewaarschuwd voor de grote gaten die er nog in het ontwerp zitten. Ook voor wapenhandel rekenen we erop dat de Vlaamse regering dit advies ter harte neemt, want ook hier geldt “better safe than sorry”.
Julie Hendrickx Devos, algemeen voorzitter beweging.net
Defensie is geen speelgoedbeurs. Erkennen dat extra investeringen verantwoord zijn in de wereld van vandaag, is niet hetzelfde als meegaan in een opbod voortgestuwd door oorlogszuchtige wereldleiders. Daar lijkt het geld nooit op te zijn. Het minste wat ik dan verwacht is een uiterst zorgvuldig aankoopbeleid door de bevoegde minister.





