Wat is er fundamenteel veranderd?
Philip Machiels: “De invoering van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV), van toepassing sinds 1 mei 2019, betekende de grootste hertekening van het Belgische ondernemingsrecht in decennia. Een van de meest ingrijpende wijzigingen is de structurele integratie van vennootschappen en verenigingen in één wetboek. Dit vervangt oudere, versnipperde regelgeving en brengt meer overzicht en coherentie. Vzw’s mogen vandaag ook economische activiteiten uitvoeren, zolang die hun doel ondersteunen. Tegelijk worden ze meer behandeld als ondernemingen. Het onderscheid tussen vennootschappen en verenigingen is dus voor een stuk vervaagd.”
Wouter Goossens: “Die modernisering brengt kansen, maar ook verwachtingen. Het nieuwe WVV streeft naarflexibiliteit en vereenvoudiging, maar legt tegelijk hogere verwachtingen op het vlak van bestuurdersaansprakelijkheid en strategische planning. De lat ligt dus een pak hoger.”
Philip Machiels: “Omdat vzw’s sinds 2019 ook ondernemingen zijn, is de meeste wetgeving voor vennootschappen ook op hen van toepassing. Denk aan GDPR (2018) en het UBO-register (2019). Die evolutie zet zich verder. Zo wordt e-facturatie verplicht voor organisaties met economische activiteiten en moeten facturen via Peppol verstuurd worden. Dat betekent: nieuwe software, aangepaste processen en een andere manier van werken.”
Fiscale druk voor VZW’s neemt toe
Wat betekenen de fiscale hervormingen concreet voor vzw’s?
Wouter Goossens: “De belastinghervorming heeft een impact op sociale voordelen en personeelsbeleid. Zo voorzien de fiscale hervormingen dat roerende inkomsten mee in rekening worden gebracht bij de beoordeling van sociale voordelen. Voor vzw’s die sterk afhankelijk zijn van loonkostoptimalisatie of personeel met kleinere vergoedingen, kan dit de financiële planning en HR-strategie beïnvloeden.”
Philip Machiels: “Ook de inkomsten van verenigingen staan onder druk door wijzigingen in de personenbelasting. Giften aan erkende organisaties zijn nu slechts voor 30% aftrekbaar. Vroeger was dat 45%. Vrijgevigheid wordt zo duurder en heel wat verenigingen vrezen minder giften te ontvangen.”
Wouter Goossens: “Daarnaast verandert er ook veel voor het financieel beheer van vzw’s. Vanaf 2026 worden meerwaarden op aandelen en vrijwel alle financiële producten belastbaar, ook voor organisaties die niet onder de vennootschapsbelasting vallen. Dat is een grote breuk met het verleden.”
Hij wijst ook op bijkomende lasten: de taks op effectenrekeningen verdubbelt naar 0,30% (vanaf €1 miljoen) de patrimoniumtaks blijft evolueren na recente rechtspraak “Dat alles verhoogt de druk op de financiële planning van verenigingen.”
Hoe raken de hervormingen aan het HR-beleid?
Wouter Goossens: “Organisaties die bedrijfswagens aanbieden, moeten een mobiliteitsbudget voorzien. Dat verplicht socialprofitorganisaties om personeelsmobiliteit strategisch te herdenken.”
Philip Machiels: “Ook sociale voordelen worden dus anders berekend, wat een impact kan hebben op personeelsbeleid en loonoptimalisatie.”
Wat komt er nog op ons af?
Philip Machiels: “De hervormingen zijn nog niet afgerond. Er wordt gewerkt aan verdere aanpassingen in de non-profitfiscaliteit. Ook het wetboek van vennootschappen en verenigingen zelf zou geëvalueerd worden, met bijzondere aandacht voor verenigingen. Wij pleiten op dat vlak voor een duidelijk kader dat rekening houdt met de eigenheid van verenigingen. Verenigingen zijn niet op winst gericht maar zetten zich in voor een belangeloos doel. Die inzet mag niet verzwaard worden met extra financiële of administratieve lasten.”
Wat is jullie conclusie?
Philip Machiels: “De hervormingen betekenen voor social-profitorganisaties zowel kansen als verplichtingen. Kansen om te professionaliseren en te moderniseren. Maar het brengt ook lasten en complexiteit.”
Wouter Goossens: “Het is dus vooral een uitdaging om dit samen met je team goed te beheren.”


