Skip to content

8 maart – geen ritueel maar reality-check

OPINIE – Naar aanleiding van de internationale vrouwendag op 8 maart kroop Julie Hendrickx Devos (voorzitter van beweging.net) samen met Ann Vermorgen (voorzitter ACV), Marie-Hélène Ska (algemeen secretaris CSC) en Griet Janssens (directeur Femma) in haar pen.

Opinie Internationale vrouwendag

8 maart – er zijn dagen waarop we vieren, maar er zijn andere dagen waarop we ons moeten bezinnen. Internationale Vrouwendag lijkt anno 2026 voor sommigen misschien folklore of een bijproduct uit de tijd van pamfletten en sufragettes. Alsof gelijkheid intussen vanzelfsprekend geworden is. Maar wie de cijfers leest  -niet de slogans, niet de goedbedoelde marketingcampagnes- ziet iets anders. Zonder de roze bril van het optimisme zien we inderdaad een samenleving die vooruitgang boekt maar ook één die tegelijk hardnekkig vasthoudt aan patronen die vrouwen structureel benadelen. 8 Maart is geen nostalgie maar een jaarlijkse reality-check.

Neem de arbeidsmarkt.  Een vrouw die voltijds werkt krijgt nog te vaak een loon dat structureel lager ligt dan dat van haar mannelijke collega’s, zelfs als ze gelijk werk levert. Het gaat om zo’n 12% minder. Dat lijkt bescheiden maar een gemiddeld uurloon zegt niets over de verschillen in sectoren, functies en contractvormen. Omdat vrouwen bovendien vaker deeltijds werken, langer zorgtaken opnemen en vaker loopbaanonderbrekingen hebben, zie je het effect van heel wat factoren pas als je hun hele levensloop en loopbaan bekijkt. Hun inkomen blijft effectief drastisch achter. Niet omdat ze minder goed presteren, maar omdat de spelregels hen minder belonen. Nochtans is deeltijds werken zelden een vrije keuze in een vacuüm. Het is het gevolg van zorgstructuren, culturele verwachtingen en een arbeidsmarkt die voltijdse beschikbaarheid als norm blijft hanteren.

De ongelijkheid is ook zichtbaar op het terrein van de langdurig zieken. 60% van de langdurig zieken in ons land zijn vrouwen. Ze zijn oververtegenwoordigd in fysiek of emotioneel veeleisende sectoren – zorg, kinderopvang, dienstverlening – die hen meer blootstellen aan lichamelijke aandoeningen en chronische stress. Terwijl onze regering nog steeds weigert de specifieke zwaarte van deze beroepen te erkennen, verhoogt deze structurele context de druk die vrouwelijke werknemers dagelijks ondervinden nog meer.  Ze worden dus vooral ziek omdat ze het hardst worden getroffen door sociale ongelijkheid.

Quid onze pensioenhervorming?

Pensioenhervormingen worden vaak verkocht als technisch, neutraal, rationeel. Langer werken. Meer eigen verantwoordelijkheid. De pensioenhervorming van de Arizona-regering is misschien wel genderneutraal op papier, ze is ongelijk in (de voorspelbare) uitkomst. De strengere pensioenvoorwaarden (volledige loopbaan, voltijds), vermindering van de gelijkgestelde periodes (ouderschapsverlof, zorg voor naasten), flexibilisering van het werk, bezuinigingen op openbare diensten (crèches, zorg, sociale zekerheid) treffen daarmee onze vrouwen disproportioneel omdat de cumul van al deze effecten bij hen door het dak gaat. Recent Europees onderzoek toont aan dat de pensioenkloof in veel landen oploopt tot meer dan 30 %, simpelweg omdat vrouwen over hun werkzame leven minder uren en minder betaalde loopbaan opbouwen. Vrouwen die minder gewerkt hebben, zien binnenkort tot 300 euro netto minder op hun pensioenstrook verschijnen. Armoede bij 65+ vrouwen loert nu al om de hoek.

Dit is geen emotioneel argument. Het is een structureel mechanisme dat vrouwen financieel geweld aandoet.

Helaas is dit niet de enige dimensie van ongelijkheid en geweld. We hinken ook achterop in de bescherming en begeleiding van vrouwen tegen fysiek en emotioneel geweld. Volgens de World Health Organization krijgt wereldwijd ongeveer één op drie vrouwen ooit in haar leven te maken met fysiek of seksueel geweld. De recente docu-reeks op VRT En nu is ze dood toont dit dichter bij huis pijnlijk aan: in België wordt elke twee weken een vrouw gedood door een partner of ex-partner.

Daarnaast is er het minder zichtbare emotionele geweld: psychologisch misbruik en seksuele intimidatie op het werk of op straat. Vrouwen bewegen zich in een samenleving waar hun lichamelijke integriteit disproportioneel wordt bedreigd. Uit recent onderzoek mag dan wel blijken dat mannen vaker slachtoffer zijn van fysiek geweld buitenshuis (omdat ze sneller betrokken zijn bij caféruzies, sneller lichamelijk hun meningsverschillen uiten of denken op te lossen), er zijn méér vrouwen die hun route naar huis aanpassen, sleutels tussen hun vingers klemmen, hun ramen en deuren barricaderen of strategisch hun kleding kiezen om risico’s te beperken simpelweg omdat ze vaker dan mannen het slachtoffer zijn van seksueel geweld. En dan hebben we het niet over de aanvallen die onder de radar blijven. Hoe komt het dat we er als samenleving niet in slagen vrouwen zonder schroom aangifte te laten doen van het fysieke of emotionele geweld dat hen wordt aangedaan? Niet gemeld = niet geteld en dat geeft de non-believers alleen maar meer munitie om het probleem te relativeren.

België viert dit jaar de tiende verjaardag van de ratificatie van het Verdrag van Istanbul. Dat verdrag zag in 2011 het levenslicht en is destijds ontworpen om slachtoffers van huiselijk geweld te voorkomen en te beschermen en de straffeloosheid van daders aan te pakken. Ondanks de vooruitgang die sindsdien is geboekt, blijft de uitvoering van dit verdrag echter grotendeels ontoereikend om de gevolgen van geweld en ongelijkheid voor de gezondheid van vrouwen daadwerkelijk te compenseren met overheidsbeleid. Nochtans zou dat een belangrijke hefboom zijn naar verandering in de maatschappelijke perceptie rond geweld op vrouwen. Niemand van ons zit te wachten op de zoveelste herhaling van het emotionele pleidooi van een vrouw tegen geweld op vrouwen (zoals bijvoorbeeld de passage van Soundos El Ahmadi in De Afsrpaak) tegenover de bagatelliserende reactie daarop van een man die op basis van zijn persoonlijke referentiekader (zoals bijvoorbeeld presentator Bart Schols die een paar vriendinnen kent die zich wel veilig voelen) het debat greinzend afleidde naar een welles-nietes krachtmeting.

Geen links, geen rechts – maar realiteit

Dit is hoegenaamd geen pleidooi voor een specifieke ideologie. Het is een pleidooi voor intellectuele eerlijkheid. Wie naar de data kijkt, kan moeilijk volhouden dat de ongelijkheid verdwenen is. 8 maart is daarom geen overbodige luxe. Het is een noodzakelijke herinnering dat vooruitgang niet automatisch komt, dat rechten onderhoud vergen en dat structurele ongelijkheid niet oplost door ze te negeren.

Een samenleving die zichzelf modern noemt, kan zich niet tevredenstellen met halve gelijkheid. Niet zolang vrouwen minder verdienen, minder pensioen opbouwen en vaker slachtoffer worden van geweld. Internationale Vrouwendag is geen symbool van slachtofferschap. Het is aan onszelf verplichte recurrente nulmeting. B.R. Ambedkar, die gezien wordt als de architect van de Indiase grondwet (1947), heeft in het vroege 20e eeuwse India volgende quote laten optekenen: “ik meet de vooruitgang van een gemeenschap aan de graad waarin vrouwen vooruitgang hebben geboekt”. Niet alleen een opmerkelijke uitspraak in zijn tijd en als man in een patriarchale samenleving, ze is tevens een interessante meetlat, ook voor ons in de  21e eeuw.

 

Julie Hendrickx Devos, algemeen voorzitter beweging.net

Mede onderschreven door

Ann Vermorgen, voorzitter ACV – Marie-Hélène Ska, algemeen secretaris CSC – Griet Janssens, directeur Femma.

Deel dit bericht:

Back To Top