kies regio:

'Vergroening zonder verarming' - Zo ziet een sociaal-rechtvaardig klimaatbeleid eruit

Het is fantastisch om te zien hoeveel mensen op straat komen om een meer ambitieus klimaatbeleid te eisen. Eindelijk komt er een echt debat op gang tussen academici , politici en niet in de laatste plaats bevlogen jongeren. In dat debat wezen gelukkig ook al enkele opiniemakers (zoals John Vandaele en Bakou Mertens in DS van 24 januari, David de Vaal in DS van 26 januari) op het belang van sociale rechtvaardigheid.

De eisen van de groene hesjes moeten verzoend worden met de eisen van de gele hesjes, anders riskeert het klimaatbeleid snel onrechtvaardig te worden. Heel wat voorstellen passeerden al de revue. Zo bijvoorbeeld de bedrijfswagens: een aberratie in een sociaal-rechtvaardig klimaatbeleid terwijl het openbaar vervoer terug aan geloofwaardigheid wint. Investeringen in de bouw en renovatie van sociale woningen zijn én sociaal én ecologisch én economisch zinvol. De woonbonus is dat dan weer niet.

Met beweging.net zijn we permanent op zoek naar dergelijke pistes om het klimaatbeleid sociaal-rechtvaardig te maken. Voor elk beleidsdomein en voor elke klimaatmaatregel willen we bekijken of ze haalbaar en betaalbaar zijn voor iedereen. Er bestaat een heel arsenaal aan instrumenten om het klimaatbeleid van meet af aan sociaal-rechtvaardig te maken. Nu alleen nog dat arsenaal aanspreken.

Maar, wanneer is iets sociaal-rechtvaardig? Hoe maak je dat concreet als het over mobiliteit, over energiebeleid of over woonbeleid gaat ? Wij schuiven daarvoor een aantal principes naar voren, toepasbaar op concrete situaties.
Een eerste en logisch principe is een eerlijke verdeling van de lusten en de lasten over de hele bevolking, waarbij altijd wordt rekening gehouden met draagkracht. In de toekomst zullen we ons dus afvragen hoe we de kosten voor hernieuwbare energie verdelen tussen de gezinnen en de bedrijven.

Dan zijn er de fiscale stimuli. Die zijn uitermate geschikt om het gedrag in gewenste richting te sturen, maar moet tegelijkertijd rekening houden met de draagkracht van gezinnen. Zo kunnen we de overheidssteun voor salariswagens afbouwen. Het geld dat zo vrijkomt, kan een flinke investering worden voor meer en beter openbaar vervoer.

Ten derde willen we blijven inzetten op sociale correcties. Mensen met de laagste inkomens kunnen niet de hoogste factuur doorgeschoven krijgen. Ongewild moeten zij het vaak stellen met tweedehandsauto’s die de lage emissiezones niet meer in mogen, slecht geïsoleerde huizen met hoge energiefactuur, of een slechte bereikbaarheid van woningen op het platteland waardoor ze helemaal auto-afhankelijk zijn en de kosten van vervoer extra zwaar doorwegen. Telkens opnieuw komt de hogere factuur uitgerekend bij mensen met weinig koopkracht terecht en dat is onaanvaardbaar.

Maar behalve u en ik moeten ook de producenten, verkopers en de werkgevers verantwoordelijkheid opnemen. Wie vervuilende producten maakt, denk aan energievretende huishoudtoestellen, of wie ervoor kiest om zich op verafgelegen bedrijfsterreinen te installeren, kan ook een deel van de kosten op zich nemen. Het gaat niet op om alle verantwoordelijkheid door te schuiven naar het individu. Er moet dus meer productnormering komen, de terugbetaling van het woon-werkverkeer moet duurzamer worden, met bijvoorbeeld een fietsvergoeding voor iedere werknemer.

Verder moeten we ook durven kijken naar nieuwe gebods- en verbodsbepalingen. Want waarom massaal overheidsmiddelen investeren in stimulerende maatregelen als een eenvoudig gebod of verbod meteen veel meer impact heeft. Dat zijn dan bijvoorbeeld een verbod op verkoop van dieselauto’s, een verbod op energievretende huishoudtoestellen of de introductie van lage-emissiezones. Die nieuwe gebods- en verbodsbepalingen moeten we dan wel tijdig aankondigen of stapsgewijs invoeren. Zo krijgen mensen en bedrijven tijd om hun gedrag aan te passen. Ook hier moet er altijd oog zijn voor de meest kwetsbare mensen, zodat ook zij kunnen bijdragen, zonder op kosten te worden gejaagd.

Tot slot moeten we er ook voor zorgen dat de huidige en toekomstige werknemers worden voorbereid op een omschakeling. Nieuwe producten en productieprocessen vergen nieuwe competenties. Met bijscholing en opleiding krijgen mensen de noodzakelijke tijd om zich aan te passen aan de nieuwe arbeidsmarkt.

Sociale investeringen en collectieve diensten maken het plaatje af. Ze zijn onontbeerlijk om de omschakeling naar een duurzame samenleving voor iedereen betaalbaar te houden. Sociale woningen maken huisvesting toegankelijk. Openbaar vervoer maakt dat mensen zich kunnen verplaatsen en de auto laten staan. In dat opzicht is de doortrekking van de tram van de centrumsteden naar de randgemeenten een echte must en kan het niet langer dat die wordt tegengehouden omwille van drogredenen.

  Deze website werd mede mogelijk gemaakt door
Belfius Bank VDK bank Logo DVV