‘De provincie is een democratisch verkozen bestuur waar we zoals bij de gemeenteraadsverkiezingen ook om de 6 jaar terug naar de kiezer moeten en uitleggen wat we wel of niet gerealiseerd hebben onderweg. We bevinden ons op een interessant beleidsniveau tussen Vlaanderen en de gemeente en dus dicht bij de burger’, opent Bart Naeyaert zijn verhaal. ‘We werken dus nabij, maar ook vanop een zekere afstand. We kennen de gemeentebesturen, we kennen de context van West-Vlaanderen, naast die van de gemeente. We verzamelen dus kennis op hoger niveau – vaak over gelijkaardige problemen – waardoor we snel tot oplossingen kunnen komen.’
‘Onze provincie is toch wel een buitenbeentje binnen Vlaanderen. We zijn de grootste plattelandsprovincie, de belangrijkste toeristische provincie omdat we het meeste toeristen mogen verwelkomen, de omvangrijkste landbouwprovincie én tegelijkertijd hebben we een groot industrieel KMO-weefsel. Al deze zaken moeten we dus combineren in West-Vlaanderen en dat maakt het werk als deputé echt wel boeiend.’
Speerpunten voor West-Vlaanderen
Deze legislatuur mag de provincie twee miljard euro investeren waarmee ze toch een aantal belangrijke speerpunten naar voren kan schuiven zoals fietsmobiliteit, waterbeheer en duurzame economische ontwikkeling.
‘We merken dat de West-Vlaming meer en meer kiest voor koning fiets, zowel voor woon-werkverkeer als recreatieve verplaatsingen. Er is in West-Vlaanderen een fietsroutenetwerk uitgerold, in samenspraak met de gemeenten, waarbij je de vlotste weg kan kiezen richting werk of voor een recreatieve activiteit. Daarnaast werken we volop aan de fietssnelwegstructuur. Deze legislatuur willen we het fietsmobiliteitsbudget met 30% verhogen om de nodige vooruitgang te maken door o.a. het aanwerven van extra personeel. Daarnaast verliezen we het wandelnetwerk niet uit het oog want fiets- en wandelmobiliteit versterken elkaar.’
‘De voorbije jaren zijn we al meerdere keren getroffen door extreme wateroverlast en lange periodes van droogte. Hoe langer hoe meer krijgen we te maken met intensieve regenbuien op heel korte tijd. Met de provincie creëren we ruimte door gecontroleerde overstromingsgebieden te realiseren waar de risico’s tot overstroming worden opgevangen. Een voorbeeld hiervan is het Torwoud in Torhout. Ondertussen zijn er al een 10-tal van deze gecontroleerde overstromingsgebieden in West-Vlaanderen. Maar daartegenover krijgen we ook te maken met steeds langere periodes van droogte. Drinkwaterwegen komen in het gedrang en de landbouw beschikt met moeite over voldoende water. En dan hebben we het nog niet over de waterkwaliteit … Want weinig water in de beek is nefast voor de kwaliteit ervan. Om al deze uitdagingen rond water en droogte aan te pakken, stelde de provincie het Westwaterplan op, een samenwerking met het Vlaamse gewest, de gemeenten, Europese projecten … Met dit plan willen we samen met alle partners een globale visie rond water in West-Vlaanderen ontwikkelen.’
‘Qua investeringen in de economie en tewerkstelling in West-Vlaanderen willen we 400 hectare aan nieuwe bedrijventerreinen realiseren. De provincie zet ook sterk in op de kenniseconomie, waarbij economische groei en productie van goederen en diensten sterk afhankelijk zijn van kennis, innovatie en informatie. Alle kennis in onze provincie bundelen we als onderzoeks- en ontwikkelingspartner voor deze economische takken. Bijvoorbeeld Inagro, dit provinciale onderzoeks- en kenniscentrum werkt aan nieuwe land- en tuinbouwtechnologieën voor de toekomst.’
Nieuwe woonnoden
Naast landbouw, provinciale domeinen en toerisme heeft West-Vlaanderen ook aandacht voor de jonge gezinnen in haar provincie. ‘In West-Vlaanderen merken we een trend van gezinsverdunning waarbij mensen geen nood meer hebben aan een woning met 3 of 4 slaapkamers maar meer op zoek gaan naar kleinere woongelegenheden. We willen die woonbehoefte beter in kaart brengen en hier tegenover middelen plaatsen’, legt Bart Naeyaert verder uit.
‘Tot slot focussen we ons op de dorpen en kleine steden omdat zij in vergelijking met grote steden een pak minder financiële middelen krijgen vanuit de Vlaamse overheid. Voor elk dorp moeten we streven naar een kwalitatieve woon- en leefomgeving, ruimte voor ontmoeting en een goede ontsluiting van het dorp. We kunnen niet meer verwachten dat er in elk dorp nog een bakker, beenhouwer en school aanwezig is, maar we kunnen wél de dorpen beter met elkaar verbinden en zorgen dat de voorzieningsgraad hoog genoeg is. Het DNA van het dorp moet in deze oefening centraal staan. We verdubbelen deze legislatuur de middelen voor dorpen naar 6,8 miljoen euro waarbij we subsidies voorzien. Bovendien staan we voor de uitdaging van meer en meer leegstaande kerken. Daarom ontwikkelen we een reglement voor multifunctioneel gebruik van kerken en voorzien hiervoor per dossier maximaal 100.000 euro subsidie.’
De provincie is een essentiële partner van de gemeenten op vlak van expertise en ondersteuning voor heel wat bevoegdheden die ook de gemeenten aanbelangen. Die faciliterende rol tussen burger, gemeente en Vlaanderen stelt de gemeenten in staat om zich te versterken op verschillende vlakken.
Meer info over het meerjarenplan van de provincie West-Vlaanderen 2026-2031 kan je terugvinden op www.west-vlaanderen.be.





