kies regio:

Kraamzorg helpt baby en ouders

Binnenkort korter ziekenhuisverblijf na bevalling?

De dagen en weken na de geboorte kan elk gezin thuis extra hulp gebruiken. Soms steken familie en vrienden een handje toe, soms komt er professionele hulp, bv. een kraamverzorgende of een vroedvrouw. Als minister Maggy De Block het ziekenhuisverblijf na een bevalling wil inkorten tot maximum vier dagen, dan zal er natuurlijk meer thuishulp nodig zijn. Maar hoe gaan we dat organiseren? Familiehulp heeft alvast veel ervaring. Een gesprek met provinciaal directeur Dirk Van Laethem.

20150528 kraamzorgMinister van Welzijn Jo Vandeurzen en Dirk Van Laethem, provinciaal directeur van Familiehulp in Limburg

Kraamverzorgenden

Na een bevalling thuiskomen uit het ziekenhuis is voor jonge ouders gewoonlijk een ingrijpende gebeurtenis. Er verandert dan veel op korte tijd: lichamelijk en hormonaal, maar ook sociaal en emotioneel. Dirk: “Kraamverzorgenden van Familiehulp zijn opgeleid om in die periode de nodige ondersteuning te bieden op het vlak van moeder- en kindzorg. Zij hebben oog voor hun welbevinden en geven praktische tips en advies bij de verzorging. Een luier verversen, de baby een badje geven, borst- of kunstvoeding, ...: het lukt niet altijd perfect van de eerste keer. De kraamhulp zorgt ook voor de andere kinderen van het gezin en helpt bij huishoudelijke taken zoals koken, wassen en strijken”.

In team met partners

Kraamverzorgenden van Familiehulp doen geen medische taken. Hiervoor verwijst Familiehulp preferentieel door naar vroedvrouwen van het Wit-Gele Kruis of naar zelfstandige vroedvrouwen. Vroedvrouwen volgen de verzorging van moeder en kind op voor, tijdens en na de bevalling. Zij kunnen bijvoorbeeld de hielprik doen, kijken het naveltje van de baby na en eventuele hechtingen bij de moeder (bv. na keizersnede) en wegen de baby. De meeste vroedvrouwen van het Wit-Gele Kruis hebben een opleiding als lactatiekundige en zijn dus gespecialiseerd in het begeleiden van borstvoeding. Dirk: “Merken de kraamverzorgenden problemen met de borstvoeding of andere problemen, dan verwijzen zij door naar vroedvrouwen of Kind en Gezin”.

Uitdagingen voor kraamzorg

Als het jonge gezin het ziekenhuis sneller verlaat, dan zal de nood aan kraamzorg aan huis zeker toenemen. Dirk: “Familiehulp kan hiervoor zorgen, maar dan moet de overheid wel investeren in kraamzorg. Er is een betere financiële ondersteuning van de zorgverlening nodig, en een betere tussenkomst in de terugbetaling voor de cliënt. Op die manier kunnen we genoeg goede kraamzorg garanderen die toegankelijk en betaalbaar is voor de gezinnen”.

Samenwerking

Spijtig genoeg kennen veel toekomstige ouders kraamzorg niet. Dirk: “Het zou goed zijn als huisartsen, gynaecologen, kraamafdelingen, diensten voor gezinsbegeleiding en prenatale zorg hen beter informeren. Dat kan bv. tijdens de infomomenten of consultaties vóór de geboorte. Het is prettig én nodig dat ouders, snel nadat ze het ziekenhuis verlaten met de nieuwe baby, goede thuisondersteuning krijgen. Een betere taakverdeling en samenwerking tussen de verschillende thuiszorgdiensten onderling helpt voor meer zorg op maat van ouder en baby. Met de oprichting van de Huizen van het Kind heeft minister Vandeurzen alvast een goed initiatief genomen om alle partners rond het kind samen te brengen”.

www.familiehulp.be


Samen zorgen na de geboorte

Als het kraamverblijf korter wordt voor jonge ouders en hun baby, dan is thuis zorg nodig. Sommige zorg wordt in ons land georganiseerd en gefinancierd door de federale overheid, andere zorg door de Vlaamse. Op zich hebben de gezinnen hiermee natuurlijk niets te maken. Maar als we de zorg rond de bevalling willen veranderen, dan zijn dus altijd zowel de Vlaamse als de federale minister betrokken. Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen legt uit.

De huisarts, de vroedvrouw en verpleegkundige bij kraamzorg: dat regelt de federale overheid. Nu is dat de verantwoordelijkheid van minister Maggy De Block. Zij wil het ziekenhuisverblijf inkorten tot maximum vier dagen. Daarnaast zijn er de expertisecentra kraamzorg, Kind&Gezin en de diensten voor gezinshulp en kraamzorg, en daarvoor moeten we bij Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen zijn.
Jo: “In Vlaanderen zijn er 6 erkende expertisecentra kraamzorg. Je kan bij hen terecht met alle vragen over kraamzorg, babyverzorging en de dienstverlening rond zwangerschap en geboorte”.

In 2013 werd na 1 op 7 bevallingen beroep gedaan op kraamzorg, dat wil zeggen dat bijna 10 000 gezinnen 335.368 uren kraamzorg kregen, of gemiddeld 35 uur per bevallen moeder. Ziekenfondsen of hospitalisatieverzekeringen geven reeds een tegemoetkoming voor deze zorg.
Jo: “Als het ziekenhuisverblijf inkort, dan zal die kraamzorg belangrijker worden, maar ook de consultatiebureaus binnen de Huizen van het Kind”. Daar kunnen ouders al jaren terecht bij de artsen en verpleegkundigen van Kind&Gezin die hulp krijgen van vrijwilligers van bv. Kind&Preventie. Jo: “We moeten gaan bekijken wie o.a. vlak na de geboorte de hielprik gaat doen als de baby sneller naar huis komt. Met die hielprik sporen we een aantal aangeboren aandoeningen op”.

Waarschijnlijk gaat er na een korter ziekenhuisverblijf meer vraag naar thuiszorg komen, maar in dat kader is het belangrijk om te monitoren of de vraag stijgt, ook in functie van het budget. Jo: “We hebben aan het kabinet van federaal minister De Block gevraagd om af te stemmen. Een eerste overleg heeft al plaatsgevonden”.

  Deze website werd mede mogelijk gemaakt door
Belfius Bank VDK bank Logo DVV