kies regio:

Democratie en ongelijkheid

De economische ongelijkheid neemt al jaren toe en wordt steeds groter. Zowel in de ontwikkelingslanden als in de meer geavanceerde economieën. Data van het IMF geven aan dat 50 procent van de wereldrijkdom in handen is van slechts één procent van de bevolking, ten belope van 110 biljoen dollar — dit is 65 keer de totale rijkdom van de onderste helft van de wereldbevolking. 

Ook de rijkdom van de onderste helft van de wereldbevolking daalde met één biljoen dollar tussen 2011 en 2015, een daling van 38 procent! Uit onderzoek van Saez & Piketty zien we dat het groeiende aandeel van de bovenste één procent in geavanceerde economieën zowel een hogere ongelijkheid in de inkomens uit arbeid als in die uit kapitaal weerspiegelt. Dat gebeurt via de uitbetaling van rente, dividenden of ingehouden winsten. En belastingontwijking of fraude en het toenemende gebruik van belastingparadijzen, alsmede belastingverlagingen op kapitaalwinsten hebben bijgedragen tot dit verschijnsel.

Zelfs in de OESO-landen zien we het verschijnsel: de rijkste 10 procent van de bevolking verdient 9,6 maal het inkomen van de armste 10 procent. In de jaren 1980 was de verhouding 7:1, oplopend tot 8:1 in de jaren 1990, tot 9:1 in de jaren 2000.

Tinbergen norm

Rerum Novarum manifestatie waar men pleitte voor Tinbergen-norm: een maximale loonspanning tussen de best betaalde en minst betaalde werknemer van 1 op 5. 

 

Invloed van ongelijkheid op democratie

Die toenemende economische ongelijkheid in de wereld, zowel in industrie- als in ontwikkelingslanden, heeft diepgaande gevolgen die verder reiken dan de economische sfeer. Toenemende ongelijkheid vermindert het vertrouwen van de burgers in de instellingen en hun vertrouwen in de toekomst, tast de sociale cohesie aan, en kan leiden tot sociale spanningen die kunnen uitmonden in conflict en zelfs geweld, verhogen het risico op crisis en politieke instabiliteit. Een voorbeeld is de Arabische Lente, waar toenemende sociale en economische ongelijkheid, in combinatie met frustratie en desillusie ten aanzien van de bestaande politieke structuren, aanleiding gaf tot politieke opstanden. Hoewel de belangrijkste eis van demonstranten democratisering was, hadden de opstanden achteraf gezien in de meeste gevallen het tegenovergestelde effect, wat leidde tot democratische terugvallen, verhoogde controle op het maatschappelijk middenveld, militarisering zoals in Egypte, en zelfs tot conflict in Libië, Jemen of burgeroorlog zoals in Syrië.

  Toenemende ongelijkheid vermindert het vertrouwen van de burgers in de instellingen en hun vertrouwen in de toekomst, tast de sociale cohesie aan, en kan leiden tot sociale spanningen die kunnen uitmonden in conflict en zelfs geweld, verhogen het risico op crisis en politieke instabiliteit.

Dat zorgt er voor dat de wereldwijde ongelijkheid de ontwikkelingslanden en de ontwikkelde landen met elkaar confronteert. Denk aan de huidige migratiecrisis. De voornaamste oorzaak van de toestroom in Europa is weliswaar de oorlogssituatie in de landen van herkomst; maar uit cijfers blijkt, anderzijds, dat de vierde en vijfde grootste groep migranten, uit Kosovo en Albanië, in de eerste plaats economische beweegredenen hebben. Die migratiestromen brengen ernstige maatschappelijke uitdagingen met zich mee voor de landen van bestemming, zoals bekend. De verhoogde aantrekkingskracht van een anti-immigratie politiek discours of van populisme, en de problemen in gelijke behandeling en participatie van de vluchtelingen in het land van aankomst kenmerken de druk op het democratische bestel die hier eveneens uit voortkomt.

Het vermogen van democratie om resultaten te leveren

De toename en verdieping van economische en sociale ongelijkheden tast het vertrouwen van de burgers aan in de capaciteit van democratie om vooruitgang voor iedereen te brengen. De verwachtingen in economische kansen, sociale rechtvaardigheid, toegang tot gezondheidszorg en onderwijs en gendergelijkheid nemen steeds toe. Wanneer democratische overheden niet aan deze verwachtingen van burgers voldoen – of met andere woorden, wanneer de kwaliteit van de democratie wankelt, verhoogt de publieke ontevredenheid. Op zijn best leidt dit tot vreedzame protesten, maar het kan in het ergste geval ook de grondvesten van democratische samenlevingen doen daveren. De Occupy Wall Street beweging in de Verenigde Staten in reactie op de financiële crisis in 2011 en de Indignados beweging in Spanje tijdens datzelfde jaar waren duidelijke voorbeelden van breed gewortelde ontevredenheid die burgers uitten via niet-traditionele politieke kanalen. Terwijl deze protesten in gevestigde democratieën bijdragen aan de politieke diversiteit, kunnen ze in fragiele democratieën verwoestende gevolgen hebben. De recente ontwikkelingen in Brazilië zijn in dat opzicht zorgwekkend.

Brazilië protest

In Brazilië heeft de stemming van de senaat geleid tot een schorsing van presidente Dilma Rousseff. Eén van de problemen is dat zowel haar mogelijke opvolger, Michel Temer, als haar politieke concurrenten ook beschuldigd worden van corruptie en fraude. (Redactie) -copyright: Gabor Bash).

Vrouwen eerste slachtoffer

Economische ongelijkheid heeft ook nadelige gevolgen voor gendergelijkheid: vrouwen lijden er meer onder dan mannen. Uit gegevens van het IMF blijkt dat in landen met hogere inkomensverschillen de genderongelijkheid in gezondheid, onderwijs, arbeidsparticipatie én vertegenwoordiging stijgt. De loonkloof blijkt ook groter te zijn in landen met meer ongelijkheid. Tegelijk maken vrouwen het merendeel uit van de laagbetaalde werknemers in de wereld en hebben ze doorgaans meer onzekere banen.

Het aanpakken van de politieke ondervertegenwoordiging van vrouwen is essentieel om deze uitdagingen het hoofd te bieden. Zo zijn nog steeds slechts 22,6 procent van de parlementsleden wereldwijd vrouwen . Met International IDEA spelen we een sleutelrol in het ondersteunende onderzoek en de technische bijstand in gender-responsieve maatregelen ter verhoging van de politieke participatie van vrouwen. In dit opzicht zijn gender-responsieve maatregelen bij de statuten van politieke partijen, interne regelgeving voor de procedures ter opsporing, benoeming en selectie van kandidaten voor leidinggevende posities en genderquota essentieel voor het bereiken van meer gendergelijkheid.

Ongelijke toegang tot financiering is bijvoorbeeld een belangrijke belemmering voor de politieke deelname van mannen en vrouwen op gelijke voet. De grote sommen geld die verkiezingscampagnes opslorpen in de hele wereld verhogen de kosten van politieke participatie, en zetten mensen buiten spel die geen toegang hebben tot financiële middelen.

Economische ongelijkheid, versterkt door armoede in combinatie met een verhoogde inkomensconcentratie, ontneemt burgers niet enkel fundamentele mensenrechten, maar het verstoort ook democratische processen. Ongelijke toegang tot financiering is bijvoorbeeld een belangrijke belemmering voor de politieke deelname van mannen en vrouwen op gelijke voet. De grote sommen geld die verkiezingscampagnes opslorpen in de hele wereld verhogen de kosten van politieke participatie, en zetten mensen buiten spel die geen toegang hebben tot financiële middelen. Dit verstoort de democratische concurrentieslag, concentreert politieke macht in de handen van vermogende enkelingen en verschuift de responsiviteit en verantwoordingsplicht van gekozen politici van kiezers (waar ze thuishoort) naar financiële belangen. Met International IDEA doen we onderzoek naar de problematische aanwending van geld in de politiek, met oog op een verhoogde bewustwording van schadelijke gevolgen voor het democratisch proces en op de ondersteuning van beleidsmakers in het formuleren van oplossingen.

Invloed van democratie op ongelijkheid

Vermindert democratie de ongelijkheid? Er is een gebrek aan concrete statistische gegevens ter ondersteuning van de stelling dat democratie meer kans biedt op gelijkheid dan niet-democratieën. Maar de juiste combinatie van politieke wil, van een beleid dat gelijkheid bevordert en van een sterke publieke opinie in het voordeel van herverdelende maatregelen – een combinatie waaruit meer gelijkheid voortkomt – vindt een vruchtbaardere voedingsbodem in democratieën dan in niet-democratieën. Het UNDP Human Development Report, Democratische verdieping in een verdeelde wereld, concludeerde dat democratie een heilzame cyclus van ontwikkeling voortbrengt omdat politieke vrijheden mensen machtigt om aan te dringen op een beleid dat sociale en economische kansen verbreedt (UNDP 2002). Een voorbeeld in dit opzicht is Zweden: het land heeft ongelijkheden beduidend teruggedrongen dankzij een herverdelend belastingbeleid en een welvaartsmodel dat erop gericht is om kwetsbaren te beschermen. Zweden behoort zo tot de groep van meest gelijke OESO-landen.

Het is een belangrijke taak voor zowel gevestigde als opkomende democratieën om het hoofd te bieden aan economische en sociale ongelijkheden, zodat men een stevige basis kan leggen voor een democratie die duurzaam is en meer welvaart voortbrengt.

Dit is een verkorte versie van een artikel dat in de Rerum Novarum-special van De gids op maatschappelijk gebied verschijnt. Meer info op

  Deze website werd mede mogelijk gemaakt door
Belfius Bank VDK bank Logo DVV